Beginpagina » Column overzicht » Naheffing spaarhypotheken
Naheffing spaarhypotheken
Uitgegeven op 8 november 2009 om 16:28 uur in de categorie 'Hypotheek voor een woonhuis' door Dhr. Mr. H.G. (Harry) Fens

ENORME NAHEFFING SPAARPOLIS Huiseigenaren met spaarhypotheek mogelijk voor tienduizenden euro\\\'s extra aangeslagen.

Het gaat hier om de zogenoemde Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW). Sinds de belastingwijziging per 1 januari 2001 wordt een kapitaalverzekering in principe niet anders behandeld dan elk ander vermogensbestanddeel. De hoofdregel is dat de waarde van een kapitaalverzekering wordt belast in box 3. Binnen box 3 bent u jaarlijks vermogensrendementsheffing verschuldigd wanneer het saldo van uw spaar- en beleggingsvermogen (waaronder de waarde van kapitaalverzekeringen, tweede huis e.d) vermindert met uw schulden (consumptieve leningen) meer bedraagt dan de vrijstelling in box 3 ( voor 2009: € 20.661,-- voor een alleenstaande en € 41.322,-- voor gehuwden en samenwonenden). Over het bedrag boven de vrijstelling betaalt u 1,2% zogenoemde vermogensrendementsheffing.

Echter voor een aantal op 1 januari 2001 al bestaande verzekeringen en voor een aantal specifieke verzekeringsvormen is een uitzondering op deze hoofdregel gemaakt. Zo wordt de kapitaalverzekering die gekoppeld is aan de eigen woning niet geplaatst in box 3 maar in box 1. Dit betekent dat de kapitaalsopbouw van een kapitaalverzekering die gekoppeld is aan een hypotheek niet meetelt voor de berekening van een eventueel te betalen vermogensrendementsheffing in box 3. De aan uw hypotheek gekoppelde kapitaalverzekering (ook dus de spaarverzekering bij een spaarhypotheek) is een Kapitaalverzekering Eigen Woning (dus vrijgesteld van box 3) zolang:

- in de polis is bepaald dat de begunstigde de uitkering zal gebruiken voor aflossing van schulden die zijn aangegaan ter verwerving, voor verbetering of onderhoud van de eigen woning;

- in de polis is bepaald dat tenminste 15 jaar, of tot overlijden van de verzekerde, jaarlijks premies ter zake van de verzekering worden voldaan, waarbij de hoogste premie die men in een bepaald jaar heeft betaald niet meer bedraagt dan 10x de laagst betaalde premie in een bepaald jaar (dit heet in vakjargon de bandbreedte);

- de verzekering recht geeft op een éénmalige kapitaalsuitkering bij leven of overlijden van de verzekeringnemer, zijn echtgenoot of partner;

- de premies voor de verzekering verschuldigd zijn aan een verzekeraar die bevoegd is het directe verzekeringsbedrijf uit te oefenen en de in de overeenkomst genoemde woning de eigen woning is van de verzekeringnemer, zijn echtgenoot of partner.

Zodra aan een of meer van bovengenoemde voorwaarden niet (meer) wordt voldaan, moet alsnog binnen belastingbox 1 worden afgerekend over het zogenoemde rentebestanddeel in de waarde van de kapitaalverzekering op het moment dat hij niet meer voldoet aan de voorwaarden .(de opgebouwde waarde gaat dan over van box 1 naar box 3 en wordt daarna belast in box 3). Hoe dit in zijn werk gaat, zal ik nu uitleggen.

Zolang een KEW aan de voorwaarden voldoet, zit de polis in belastingbox 1 en blijft buiten de belastingheffing van belastingbox 3. Als een KEW tot uitkering komt (meestal aan het einde van de looptijd, maar het kan ook zijn dat hij bij verandering van hypotheek eerder is afgekocht), is de intrest begrepen in de uitkering belast in box 1 en wel tegen het progressieve tarief (schijventarief). Het interestbestanddeel is gelijk aan het bedrag waarmee de uitkering de som van de betaalde premies overtreft. Dit wordt de saldomethode genoemd. In formule: kapitaalsuitkering -/- som betaalde premies = intrestbestanddeel.

Nu kan er ook sprake zijn van een uitkering terwijl er feitelijk helemaal geen uitkering is gedaan. De belastingdienst noemt dit \\\"de fictieve verkrijging\\\". Dit is een trucje in de belastingwetgeving om misbruik van de wetgeving te voorkomen. Met betrekking tot de KEW is er sprake van een \\\" fictieve\\\" verkrijging als er sprake is van:

- de bandbreedte wordt overschreden. Door bijvoorbeeld een vergissing wordt de premie in een bepaald jaar zodanig verhoogd of verlaagd, dat de hoogste premie meer bedraagt dan 10x de laagste premie;

- de verzekering wordt afgekocht of vervreemd;

- de verzekering komt gedeeltelijk tot uitkering;

EN NU KOMT HET.................(hier gaat het artikel in de krant over)

- de looptijd van 30 jaar wordt overschreden. Als voor een KEW een looptijd van in totaal 35 jaar is afgesproken, zal na 30 jaar de polis in principe gewoon doorlopen. De zogenaamde \\\"fictieve uitkering\\\" wordt echter wel op het moment dat de looptijd 30 jaar is belast.

Op het intrestbestanddeel is een vrijstelling van toepassing. Met de KEW kan de verzekeringnemer immers fiscaalvriendelijk een kapitaal opbouwen om daarmee de schuld van zijn woning af te lossen. Het intrestbestanddeel van een KEW is daarom vrijgesteld van belastingheffing wanneer de kapitaaluitkering van de verzekering (of \\\"fictieve verkrijging\\\") niet meer bedraagt dan € 33.500,-- (bedrag 2009;dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd) bij 15 jaar premiebetaling en € 147.500,-- (bedrag 2009;dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd) bij 20 jaar premiebetaling indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

- met de uitkering schulden ter verwerving van de eigen woning worden afgelost;

- ten minste 15 c.q. 20 jaar, of tot eerder overlijden, jaarlijks premies zijn voldaan, en

- de hoogste premie niet meer heeft bedragen dan een tienvoud van de laagste.

De genoemde vrijstellingsbedragen gelden per belastingplichtige slechts éénmaal gedurende diens leven. De vrijstelling is dus alleen van toepassing voor het gedeelte dat niet al eerder bij een eerdere uitkering is benut. Fiscale partners kunnen gebruik maken van de vrijstelling van de ander en genieten zo een dubbele vrijstelling. ( bij 15 jaar premie € 67.000,-- en bij 20 jaar premiebetaling € 295.000,--.). De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Bij een gemiddeld indexatiepercentage van 2 % per jaar is te verwachten dat deze vrijstellingsbedragen in 2031 als volgt zijn: bij minimaal 15 jaar premiebetaling € 51.790,--voor alleenstaanden en € 103.580,--  voor gehuwden en samenwonenden en bij minimaal 20 jaar premiebetaling € 228.032,-- voor alleenstaanden en € 456.064,-- voor gehuwden en samenwonenden.

conclusie: Welke mensen moeten zich zorgen maken? Degenen die na 1 januari 2001 een reeds bestaande hypotheek hebben overgesloten of vervangen door een andere, waarbij in de hypotheekconstructie een spaarhypotheekleningdeel zit dat meer bedraagt dan € 228.032,-- voor alleenstaanden en € 456.064,- voor gehuwden of waarvoor minder dan 15 jaar jaarlijks premie is betaald. Daarbij komt dat door de looptijdbeperking van 30 jaar van de renteaftrek een adviseur altijd zal adviseren hierin met de looptijd van de diverse leningdelen rekening te houden. Mocht dit niet zijn gebeurt dan is er altijd nog de vrijstelling KEW.

 Mr. H.G.Fens

Dordrecht, 7 november 2009

Meer artikelen van deze adviseur

Contractstermijn bij schadeverzekeringen aan banden
Contractstermijn bij schadeverzekeringen aan banden
Uitgegeven op 11 november 2009 om 21:14 uur
  Langlopende verzekeringscontracten bij schadeverzekeringen aan banden !   Op 25 juni jl. heeft de Algemene Ledenvergadering van het Verbond...
Naheffing spaarhypotheken
Naheffing spaarhypotheken
Uitgegeven op 8 november 2009 om 16:25 uur
ENORME NAHEFFING SPAARPOLIS Huiseigenaren met spaarhypotheek mogelijk voor tienduizenden euro\\\'s extra aangeslagen. Het gaat hier om de zogenoemde...
DSB debacle wordt nu afgewenteld op klanten van de bank
DSB debacle wordt nu afgewenteld op klanten van de bank
Uitgegeven op 13 oktober 2009 om 15:14 uur
In de pogingen om het financieel systeem (versnelt) om te bouwen en te reguleren naar een fatsoenlijk, betrouwbaar en integer systeem wordt er flink...

Meer informatie over deze adviseur

Dhr. Mr. H.G. Fens - Defico Advies

Dhr. Mr. H.G. (Harry) Fens

Financieel adviseur (allround)